thumbnail

Duidelijkheid over nieuwe regels

Zoals ieder heeft begrepen zijn er verschillende regels gewijzigd. Jan Scheffers heeft hier een mooi artikel over geschreven dat HIER te vinden is.

Zo is een nieuwe regel dat bij het nemen van een strafworp een doelpoging gedaan MOET worden en je de bal niet mag draaien. Hoe zit dit nu precies? Korfbal.nl vroeg het aan KNKV directeur Henry van Meerten:

”Strafworp:

Wat ze bij de nieuwe regel van de strafworp geprobeerd hebben, is om alle onduidelijkheid weg te halen over wat wel en niet mag. Mag je wel of niet inlopen als iemand stuitert met de bal? Mag je de bal wel of niet afspelen op een medespeler? Dat soort, en tal van andere denkbare situaties, willen ze op deze manier vermijden. De nieuwe regel is simpel: als je een strafworp krijgt, heb je de plicht om deze te nemen. Afspelen, stuiteren, de bal opgooien: het mag allemaal niet. Als de bal los is, moet die richting de korf gaan. Ook de bal in je handen laten draaien mag daarom niet meer. Hoewel je er anatomisch over kan twijfelen of de bal helemaal los is, mag dat van de IKF niet. Want het is onmogelijk om te zien of dat draaien op de handpalm, op de vingers of ergens anders is. De bal in je handen draaien wordt gezien alsof de bal los is. Dat mag dus niet en dan krijg je, net als bij stuiteren, afspelen of opgooien een spelhervatting tegen.”

”Wat wel gewoon nog steeds mag, is de bal naar onderen halen. Of ouderwets het zesje maken. Of zoals Jos Rooseboom vroeger deed de bal helemaal naar je tenen halen – mits je hem maar in je handen houdt. Als je de bal, als hij los is, maar richting de korf speelt. Je mag ook gewoon net als vroeger de tijd en concentratie nemen voor je strafworp. Anders dan bij een vrije bal staat er geen tijdslimiet voor de strafworp van bijvoorbeeld vier seconden. Maar als de scheidsrechter vindt dat je er véél te lang over doet, mag hij op een gegeven moment wel affluiten, als je redelijkerwijs de tijd hebt gehad om je concentratie te nemen.’’

8x wisselen in de wedstrijdsport:

De regels zijn vrij simpel: een speler mag niet meteen naar het andere vak worden gewisseld in één spelhervatting én een speler mag terugkomen in het veld. Verder is het hetzelfde, alleen mag je acht keer wisselen in plaats van viermaal .

Het 8x wisselen mag dus ongeacht het geslacht. Een wissel moet uiteraard wel met toestemming van de scheidsrechter gebeuren.

Lees hier het volledige artikel op korfbal.nl
Lees hier het Spelregelbulletin augustus 2017


Geschreven door:

Timothy de Graaf

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.